Rapporten van de Commissie van Dijkhuizen

De commissie Van Dijkhuizen heeft op 17 juni jl. haar eindrapport aangeboden aan de Staatssecretaris van Financieen. Het eindrapport is tezamen met het interimrapport, welk reeds in oktober 2012 is aangeboden, opgesteld ter verbetering van het belastingstelsel.

Staatsecretaris Weekers heeft op verzoek van de Tweede Kamer op 17 februari 2012 de Commissie Van Dijkhuizen aangesteld. De commissie heeft zich gebogen over de mogelijkheden tot herziening van de inkomstenbelasting en de toeslagen. Een eenvoudig, solide en fraudebestendig belastingstelsel dat bijdraagt aan de verbetering van de concurrentiekracht van Nederland was hierbij het uitgangspunt.

 

Interimrapport

De commissie heeft zich in het interimrapport geconcentreerd op box I van de loon- en inkomstenbelasting en een verschuiving van de Loon-/Inkomstenbelasting naar de indirecte belastingen. Drie speerpunten zijn van belang geweest bij de vormgeving van het stelsel:

j      Het bevorderen van de arbeidsparticipatie door het lonender maken van werk;

j      Het in beweging brengen van de woningmarkt;

j      Het minder rondpompen van geld en vereenvoudiging van het stelsel.

Vanuit deze drie speerpunten stelt de commissie een aantal maatregelen voor dat op korte termijn als volgt eruit moet zien:

Verlaging van de tarieven van de loon- en inkomstenbelasting

De commissie stelt voor het aantal schijven te verminderen tot twee. De huidige tweede en derde schijf wordt opgenomen in de eerste schijf. De inkomensgrens wordt verhoogd naar circa € 62.500. Het tarief van de eerste schijf blijft 37%. Het tarief van de tweede schijf wordt 49%. Op de langere termijn kan het tarief verlaagd worden naar 34% respectievelijk 45%.

Gelijkstelling tarieven

De commissie is voorstander om de fiscalisering van de AOW-premie te versnellen, door jaarlijks de AOW-premie met 1% te verlagen en het belastingtarief voor gepensioneerden met 1% te verhogen. Hierdoor wordt in 18 jaar de AOW-premie volledig gefiscaliseerd en worden het box I-tarief voor gepensioneerden en het box I-tarief voor werkenden gelijkgesteld.

Belastingkortingen

Teneinde de arbeidsparticipatie te bevorderen stelt de commissie voor om het maximum van de arbeidskorting te verhogen met € 70 in 2014, oplopend tot € 410 in 2017. Daarnaast worden de verhoogde bijstandsuitkering en de alleenstaande ouderenkorting vervangen door een verhoging van het kindgebonden budget en wordt de ouderschapsverlofkorting afgeschaft.

Aanpassingen in de fiscale behandeling van de eigen woning

De commissie sluit aan bij de in het begrotingsakkoord ingezette lijn om bij koop renteaftrek toe te blijven staan, maar wel met een stimulans om de hypothecaire geldlening gedurende de looptijd zoveel mogelijk af te lossen. Deze stimulans volgt uit twee maatregelen:

1)    de renteaftrek wordt volgens een forfaitair-annuïtair schema gedurende 30 jaar verminderd;

2)    de vrijstelling in box I van de inkomstenbelasting voor de kapitaalverzekeringen eigen woning, en soortgelijke regelingen, wordt afgeschaft[1].

Ter bevordering van de doorstroming op de woningmarkt stelt de commissie voor om rente over een restschuld die ontstaat na verkoop van een woning, gedurende een periode van twaalf jaar fiscaal aftrekbaar te maken.

Voorts stelt de commissie voor  het eigenwoningforfait en de hypotheekrenteaftrek tegen het tarief van de nieuwe eerste schijf, 37%, in de heffing te betrekken.

Afschaffing overdrachtsbelasting

Tegelijkertijd met vorenstaande wijzigingen in de fiscale behandeling van de eigen woning, stelt de commissie voor de overdrachtsbelasting op woningen geheel af te schaffen.

Omzetbelasting

De commissie adviseert om de lastendruk te verschuiven van de directe naar de indirecte belastingen. De btw heeft namelijk een minder verstorende werking op de economie dan de loon- en inkomstenbelasting. Ter financiering van de nieuwe tariefstructuur stelt de commissie voor om de btw te verhogen met 2%. Het algemene tarief bedraagt na verhoging dan 23% en het verlaagde tarief 8%.

Verbetering van de huurmarkt

De commissie heeft in het interimrapport ook een voorstel gedaan voor verbetering van de huurmarkt. Deze is als volgt:

j      de huren in de sociale sector worden geheel gerelateerd aan de WOZ-waarde van de huurwoning;

j      het woningwaarderingstelsel kan worden afgeschaft;

j      een jaarlijkse huurstijging van 2% boven inflatie voor huurders met een huishoudinkomen tot € 43.000 en een stijging van 5% boven inflatie voor huurders met een huishoudinkomen daarboven;

j      de maximale redelijke huur wordt vastgesteld op 4,5% van de WOZ-waarde;

j      de extra huuropbrengsten worden volledig afgeroomd door een hogere verhuurdersheffing.

Het interimrapport van de Commissie Van Dijkhuizen is te vinden op de website van de rijksoverheid.

 

Eindrapport

De commissie heeft in het eindrapport aandacht besteed aan de belasting van inkomsten uit kapitaal in box II en in box III. Tevens is in het eindrapport aandacht besteed aan de toeslagen.

De (fiscale) positie van de directeur groot aandeelhouder (DGA) is van belang geweest bij de vormgeving van het stelsel. De DGA raakt vier soorten belastingplichtigen, hij is:

j      werknemer, belasting in box I;

j      feitelijke vergelijkbaar met een IB-ondernemer, belast in box I;

j      een aanmerkelijk belanghouder, belast in box II;

j      vergelijkbaar met een particuliere belegger, belasting in box III.

De commissie wenst meer evenwicht in de behandeling van aanmerkelijkbelanghouder, ondernemer, belegger en werknemer. Met deze gedachte ziet het voorstel er als volgt uit:

Beperking van de doelmatigheidsmarge

De commissie stelt voor om de doelmatigheidsmarge te verlagen van 30% naar 10%. Het gebruikelijk loon van een DGA mag dan niet meer dan 10% afwijken van een marktconforme vergoeding. Het gebruikelijk loon wordt op deze manier meer in lijn gebracht met dat van een vergelijkbare werknemer in box I.

Afschaffing van een aantal aftrekposten

De commissie adviseert een flink aantal aftrekposten af te schaffen. Het gaat dan om de volgende aftrekposten:

j      de zelfstandigenaftrek (in 8 jaar);

j      de stakingsaftrek

j      de S&O aftrek

j      de meerwerkaftrek

j      de startersaftrek arbeidsongeschikten (in 8 jaar);

j      de giftenaftrek;

j      de scholingsaftrek.

Een forfaitair rendement in box II

Ter bevordering van het uitkeren van jaarlijkse winst en verkleinding van het emigratielek, stelt de commissie voor om in box II over het aandeel van de AB-houder in het (fiscaal) eigen vermogen van de BV jaarlijks een forfaitair rendement te berekenen. De hoogte van het forfaitair rendement kan gekoppeld worden aan het forfaitaire rendement van box III. De werkelijk uitgekeerde AB-dividenden komen in mindering op het forfaitaire rendement. Het verschil tussen het feitelijke dividend en het forfaitaire rendement, wordt gecompenseerd door verhoging van de verkrijgingsprijs van het aanmerkelijk belang.

Verlaging tarief box II

Ter behoud van het globale evenwicht stelt de commissie voor het box II tarief te verlagen van 25% naar 22%.

Een meer realistische forfaitair rendement in box III

De commissie is een voorstander om meer aansluiting te vinden bij het feitelijke rendement. Dit kan gerealiseerd worden door het forfaitaire rendement in box III te koppelen aan gemiddelde voortschrijdende normale spaarrente. De commissie stelt voor om het forfaitaire rendementspercentage per jaar in box III voortaan jaarlijks voor aanvang van het jaar automatisch vast te stellen op het vijfjaarsgemiddelde van de gemiddelde rentevergoeding op spaarrekeningen. Er is financiering voor een eerste stap naar 3% met ingang van 2014.

Afschaffen ouderentoeslag in box III

De ouderentoeslag op het heffingsvrije vermogen in box III kan in de ogen van de commissie op den duur vervallen. De bestaansreden is door het voorstel om de tarieven in box I voor gepensioneerden en werkenden gelijk te trekken komen te vervallen. Afschaffen kan in gelijke trede als met de invoering van de gelijkstelling van tarieven plaatsvinden, derhalve in 18 jaar.

Eigen woning naar box III

Zoals reeds bij het interimrapport aangegeven, wenst de commissie aan te sluiten bij de in het begrotingsakkoord ingezette lijn om de fiscale subsidiëring van de eigen woning te verminderen. De commissie schaarst zich achter de adviezen om in tijde van duurzaam herstel van de woningmarkt de eigen woning geleidelijk over te brengen naar box III onder toepassing van een nader te bepalen vrije voet. De met de eigen woning samenhangende hypothecaire geldlening zal dan ook behoren tot de rendementgrondslag van box III.

Introductie van een huishoudentoeslag

De commissie heeft in het eindrapport aangegeven mogelijkheden te zien om de toeslagen te stroomlijnen en te vereenvoudigen. Dit kan door:

j      invoering van een huishoudentoeslag;

j      de huishoudentoeslag bestaat uit de huidige zorgtoeslag, huurtoeslag en het kindgebonden budget;

j      deel van de toeslag rechtstreeks uit te betalen aan de zorgverzekeraars. De zorgverzekeraars verrekenen de toeslag vervolgens met de te betalen zorgpremie;

j      de aftrekposten de vorm van heffingskortingen te geven, zodat deze zo min mogelijk doorwerking hebben op de toeslagen.

j      de (alleenstaande) ouderenkorting integreren in de huishoudentoeslag;

j      uniform afbouwpercentage die onderscheidt maakt tussen alleenstaande en partners;

j      de afbouw van de huishoudentoeslag begint bij het wettelijke minimumloon;

j      uniformering van de vermogenstoets, de vrijstelling in box III plus € 80.000.

Verplichte uitbetaling aan zorgverzekeraars

In het kader van fraudebestrijding en uit efficiëncy-oogpunt, stelt de commissie voor om in ieder geval de zorgtoeslag niet meer aan het individu uit te keren, maar rechtstreeks aan de zorgverzekeraars. De zorgverzekeraars verrekenen middels premie.

Processen inkomstenbelasting en toeslagen integreren

Tot slot adviseert de commissie in het eindrapport om de processen voor de toeslagen en de inkomstenbelasting verder te harmoniseren. Het gaat dan met name om het kasritme, vaststellingsritme, het partnerbegrip, de kwijtscheldingsmogelijkheden, de terugbetalingstermijnen en de mogelijkheid om de schulden met elkaar te verrekenen.

Tot zover. Mocht u met betrekking tot vorenstaande vragen hebben, neem dan gerust contact met ons op.

[1] De vrijstelling in box I van lopende kapitaalverzekeringen eigen woning, en soortgelijke regelingen, blijven ongemoeid.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.