Fiscaal partnerschap

Het partnerbegrip komt in de belastingwet in diverse bepalingen aan de orde. Helaas bestaat er geen uniform partnerbegrip. De algemene wet geeft een basispartnerbegrip, dat in afzonderlijke wetten wordt aangevuld of juist beperkt. Hieronder wordt nader ingegaan op dit basispartnerbegrip en de partnerregeling in de inkomstenbelasting.

Het basispartnerbegrip

Per 1 januari 2011 is er een basispartnerbegrip dat voor alle belastingwetten geldt. In de basis zijn de volgende personen elkaars partner:

  •               gehuwden, die niet officieel van tafel en bed gescheiden zijn;
  •               geregistreerd partners;
  •               samenwonenden met een notarieel samenlevingscontract die in de gemeentelijke basisadministratie (GBA) staan ingeschreven op hetzelfde woonadres.

Is het huwelijk, geregistreerd partnerschap of notariële samenlevingscontract halverwege het jaar gesloten of beëindigd, dan kunnen de belastingplichtige alsnog worden aangemerkt als fiscaal partners gedurende het gehele jaar. Een voorwaarden hiervoor is dat de belastingplichtigen gedurende het gehele jaar op hetzelfde woonadres in de GBA staan ingeschreven.

Echtgenoten/geregistreerd partners worden niet meer als fiscaal partners aangemerkt als er een verzoek tot echtscheiding/beëindiging geregistreerd partnerschap of tot scheiding van tafel en bed is ingediend, en zij niet langer op hetzelfde woonadres in het GBA staan ingeschreven.

Een belastingplichtige kan slechts 1 fiscaal partner hebben. Kwalificeren meerdere partners als fiscaal partner op basis van vorenstaande, dan gaat de echtgenoot/geregistreerd partner uit de oudste verbintenis voor. Dit geldt eveneens voor ongehuwd meerderjarige personen die een samenlevingscontract zijn aangegaan. Alleen het oudste samenlevingscontract wordt in aanmerking genomen.

Inkomstenbelasting

De Wet Inkomstenbelasting geeft een aanvulling op het basisbegrip. De uitbreidingen van het partnerbegrip geldt alleen voor de inkomstenbelasting.

Ongehuwd samenwonenden die op hetzelfde woonadres in de GBA zijn ingeschreven zijn (verplicht) fiscaal partner indien:

  •               zij een gezamenlijk kind hebben;
  •               zij een gezamenlijke eigen woning hebben;
  •               zij een gezamenlijke pensioensregeling hebben;
  •               zij in het voorafgaande jaar kwalificeerde als partner;
  •               een minderjarig kind van tenminste één van hen op het gezamenlijke woonadres staat ingeschreven.

Wanneer belastingplichtigen in een kalenderjaar op enig moment voldoen aan de voorwaarden en daarvoor reeds op hetzelfde woonadres in de GBA stonden ingeschreven, dan zijn de belastingplichtigen het gehele jaar elkaars fiscaal partner.

Er kan geen partnerschap worden aangegaan met een ouder of kind indien beide bij aanvang van het kalenderjaar de leeftijd van 27 jaar nog niet hebben bereikt. Daarnaast kan een persoon die niet in Nederland woont en niet kiest voor behandeling als binnenlands belastingplichtige eveneens niet als partner kwalificeren voor de inkomstenbelasting.

Is er sprake van meer dan één partner, dan geldt als partner degene die op grond van het basispartnerbegrip als partner wordt aangemerkt. Wordt er op basis van het basispartnerbegrip geen partner aangemerkt, dan geldt als partner degene die in de hiervoor eerstgenoemde categorie als partner wordt aangemerkt.

Volledigheidshalve merken wij nog op dat voor zowel het basispartnerbegrip als het partnerbegrip voor de inkomstenbelasting een opname in een verpleeghuis of verzorgingstehuis in beginsel geen einde van het partnerschap met zich mee brengt.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.