Inkomstenbelasting in strijd met EVRM?

060TaxConsultNetwork kopieDe Nederlandse belasting over vermogensrendement is in strijd met het Europese verdrag voor de Rechten van de Mens. De Box 3 heffing houdt te weinig rekening met de reële inkomsten. Met name als er verliezen geleden worden op de beleggingen is de belasting op grond van een fictief rendement willekeurig en is er sprake van een oneigenlijke vermogensontneming. Er is in die situatie geen inkomen te belasten. De Hoge Raad kan de wet echter niet zo maar buiten toepassing verklaren. De Hoge Raad moet de regering een mogelijkheid geven tot aanpassing van de wet. In een paar regels is dat de kern van het advies advocaat-generaal (AG) Niessen aan de Hoge Raad.

Inkomsten uit sparen en beleggen (bv. rente en dividend) én de waardestijging van vermogen (bv. stijging van vastgoedprijzen of aandelenkoersen) worden in de inkomstenbelasting belast naar een fictief rendement. De wetgever gaat ervan uit dat iedereen gemiddeld over een aantal jaren een rendement van 4% kan behalen (dus dat dat vermogen groeit met 4 %). Een deel van dit fictieve rendement, tot 2016 namelijk 1,2 procent, moet worden afgedragen aan de Belastingdienst. Deze regeling is aan het einde van de jaren negentig gemaakt na een lange periode van grote economische voorspoed. De advocaat-generaal meent dat met de kennis van nu niet meer worden uitgegaan van een dergelijk rendementen. Maatschappelijk, zo stelt hij vast, is over deze belasting na 2011 steeds meer onrust en onvrede ontstaan.

De advocaat-generaal wijst er op dat de moderne belastingwetgeving is gebaseerd op individuele draagkracht. Een heffing die uitgaat van een fictieve gemiddelden is daarmee in tegenspraak. Ook zijn belastingplichtigen volgens hem vrij om hun financiën zelf in te richten en zouden zij daarom niet moeten worden belast op basis van een opbrengt die zij volgens de wetgever hadden kunnen halen. Hoewel dit advies daarvoor niet geschreven is geldt dit ook voor de gebruikelijke loonregeling voor de Directeur Groot Aandeelhouder. Het uitgangspunt voor die regeling is dat de directeur aandeelhouder zelf zijn beloning vaststelt en dat die in overeenstemming moet zijn met vergelijkbare personen. Het lastige van deze situatie is hoe vergelijkbaar deze personen zijn.

De rechter kan de regeling helaas niet wijzigen of vervangen volgens de Advocaat Generaal. Dit omdat daarbij rechtspolitieke keuzes moeten worden gemaakt. De advocaat-generaal adviseert aan de Hoge Raad om de wetgever een termijn te geven voor aanpassing of vervanging van de regeling. Zolang dat niet is gebeurd, kan de rechter beslissen dat de regeling buiten toepassing moet blijven in gevallen waarin een belastingplichtige verlies lijdt op zijn vermogen.

De advocaat-generaal is lid van het parket bij de Hoge Raad. Het parket bij de Hoge Raad is een zelfstandig, onafhankelijk onderdeel van de rechterlijke organisatie. Het behoort niet tot het Openbaar Ministerie. Een conclusie is een rechtsgeleerd advies aan de Hoge Raad. De Hoge Raad is niet verplicht dit advies te volgen, maar over het algemeen wordt aan het advies wel veel gewicht toegekend.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.